Held, Verrader, Dochter . Морган Райс

Чтение книги онлайн.

Читать онлайн книгу Held, Verrader, Dochter - Морган Райс страница 4

Held, Verrader, Dochter  - Морган Райс Over Kronen en Glorie

Скачать книгу

overnemen zodat ik kan vluchten?” vroeg Akila.

      De jongen ging lachend aan het werk, en gelach was altijd beter dan angst.

      Wat konden ze nog meer doen? Er was altijd iets anders, altijd nog iets om te regelen. Sommigen spraken over oorlogsvoering alsof het voornamelijk wachten was, maar Akila had ondervonden dat er tijdens het wachten altijd duizend kleinere dingen te doen waren. Voorbereiding was de moeder van succes, en Akila zou niet verliezen door een gebrek aan inspanning.

      “Nee,” mompelde hij terwijl hij de lijnen van zijn vlaggenschip controleerde. “Dat gebeurt wel doordat zij vijf keer zoveel schepen hebben als wij.”

      Hun enige hoop was om toe te slaan en zich dan terug te trekken. Hen het vuur in te lokken. Te zorgen dat ze tegen de ketting opvoeren. De snelheid van hun eigen schepen gebruiken om te pakken wat ze konden. Zelfs dan zou het wellicht niet genoeg zijn.

      Akila had nog nooit zo’n grote strijdmacht gezien. Hij betwijfelde dat iemand dat had. De vloot die destijds naar Haylon was gestuurd, was ontworpen voor vergelding en verwoesting. Het leger van de rebellen was een samenkomen van ten minste drie grote strijdmachten.

      Dit was groter. Dit was geen leger meer, het was een heel land dat op de been was. Dit was verovering, en meer dan verovering. Felldust had een kans gezien, en nu ging het alles nemen dat het Rijk had.

      Tenzij we ze tegenhouden, dacht Akila.

      Misschien zou zijn vloot niet zijn wat hen zou tegenhouden. Misschien was het vertragen en verzwakken van de invasietroepen het beste waar ze op konden hopen, maar misschien zou dat wel genoeg zijn. Als ze tijd konden winnen, kon Ceres misschien een manier vinden om de rest te verslaan. Akila had haar wel meer indrukwekkende dingen zien doen met die krachten van haar.

      Misschien zou ze het tegen het hele leger van Felldust opnemen en hen de moeite besparen.

      Maar waarschijnlijk zou Akila hier sterven. Als dat Delos kon redden, zou dat het waard zijn? Dat was de vraag niet. Als het de mensen daar kon redden, en de mensen op Haylon, zou dat het waard zijn?

      Ja, dat was alles waard voor Akila. Deze mannen zouden niet stoppen. Ze zouden naar Haylon gaan zodra ze hier klaar waren. Als zijn offer de boeren op het eiland kon beschermen, zou Akila duizendmaal dezelfde keus maken.

      Hij keek over het water uit naar de naderende vloot.

      “Je bent me hier wat voor verschuldigd, Thanos,” zei hij. Net zoals de prins hem iets verschuldigd was voor het feit dat hij naar Delos was gekomen, en voor het feit dat hij hem op Haylon niet had afgemaakt. Zijn leven zou waarschijnlijk een stuk simpeler zijn geweest als hij dat wel had gedaan.

      Akila had het vermoeden dat zijn leven waarschijnlijk ook een stuk langer geduurd zou hebben.

      “Goed!” riep hij. “Op je plaatsen, jongens! We hebben een strijd te winnen!”

      HOOFDSTUK TWEE

      Irrien stond met gevoelens van bevrediging en anticipatie op het voorsteven van zijn schip. Bevrediging omdat zijn vloot oprukte zoals hij bevolen had. Anticipatie vanwege wat er komen ging.

      De vloot gleed bijna geruisloos door het water, zoals hij bevolen had sinds ze de kust hadden bereikt. Stil als haaien die achter hun prooi aan gingen, stil als het moment na iemands dood. Op dat moment was Irrien de glinstering op een speerpunt, en de rest van de vloot volgde als een brede kop.

      Hij zat niet op de donkere stenen stoel waar hij in Felldust op had gezeten. Hij zat op een lichter exemplaar, gemaakt van de botten van mensen en dieren die hij had gedood. De rugleuning werd gevormd door de dijbenen van een duistere stalker, de armleuningen door de vingerbotjes van een man. De stoel was bedekt met vachten van de dieren die hij bejaagd had. Dat was een belangrijke les die hij geleerd had: In vrede sprak een man over zijn beleefdheden. In oorlog sprak hij over zijn wreedheden.

      Irrien gaf een ruk aan een ketting die aan zijn stoel vast zat. Aan het andere uiteinde zat één van de zogenaamde krijgers van dit verzet, die ervoor had gekozen om te knielen in plaats van te sterven.

      “We zullen spoedig arriveren,” zei hij.

      “J-ja, mijn heer,” antwoordde de man.

      Irrien trok weer aan de ketting. “Wees stil tenzij ik zeg dat je mag praten.”

      Irrien negeerde de man toen hij om vergiffenis smeekte. Hij staarde vooruit, hoewel hij het metalen oppervlak van zijn schild had laten poetsen zodat hij ook achter zich kon kijken, voor het geval er huurlingen in de buurt waren.

      Een wijs man keek altijd voor- en achteruit. De andere stenen van Felldust dachten waarschijnlijk dat Irrien gestoord was om naar dit stofloze land af te reizen terwijl zij achterbleven. Ze dachten waarschijnlijk dat hij hun samenzweringen en intriges niet zag.

      Irrien glimlachte breed bij de gedachte aan de blikken in hun ogen zodra ze zouden beseffen wat er echt aan de hand was. Zijn genoegen werd alleen maar groter toen hij naar de kust keek en het vuur zag oplaaien. Zijn plunderaars waren gearriveerd. Normaal gesproken had Irrien een hekel aan de verspilling van gebouwen, maar in tijden van oorlog was het een handig wapen.

      Nee, het echte wapen was angst. Vuur en zwijgend gevaar waren slechts methodes om de angst te scherpen. Angst was een wapen dat zo krachtig was als een langzaam werkend vergif, zo gevaarlijk als een zwaard. Angst kon ervoor zorgen dat een sterke man zonder gevecht vluchtte of zich overgaf. Angst kon ervoor zorgen dat vijanden domme dingen deden, dat ze met onbezonnen bravoure aanvielen, of zich terugtrokken wanneer ze eigenlijk zouden moeten aanvallen. Angst maakte mannen tot slaven en hield hen onder controle, zelfs wanneer ze met meer waren.

      Irrien was niet zo arrogant om te geloven dat hij nooit angst zou kunnen voelen. Maar tijdens zijn eerste gevecht had hij geen angst gevoeld, niet op de manier zoals hij anderen erover had horen praten. Tijdens zijn vijftigste gevecht ook niet. Hij had gevochten op brandend zand, in achterafstraatjes, en hoewel hij woede, opwinding en zelfs wanhoop had gevoeld, had hij nooit de angst gevonden die andere mannen voelden. Dat was één van de redenen dat het zo makkelijk voor hem was om te nemen wat hij wilde.

      Alsof de gedachte het opriep, kwam hetgeen dat hij nu wilde in het zicht: de haven van Delos. Hij had zijn moment afgewacht, maar dit was niet het moment waarover hij gedroomd had. Dat zou pas komen zodra dit voorbij was, en hij alles had genomen dat ook maar iets van waarde had.

      Ondanks haar faam was Delos een lage, stinkende stad. Delos had niet de grandeur van het eindeloze stof, of de grimmige schoonheid van de dingen die door Ouden waren gemaakt. Als je maar genoeg mensen op elkaar drukte kwam hun ware aard, hun wreedheid en hun lelijkheid naar boven. Zoals bij alle steden het geval was. Geen enkele hoeveelheid elegant metselwerk kon dat verbergen.

      Toch was het Rijk, waarvan Delos de spil vormde, het veroveren waard. Even vroeg Irrien zich af of de andere stenen wel beseften dat ze een fout hadden begaan door niet mee te gaan. Het feit dat zij in de stenen stoelen zaten was een teken van hun ambitie en hun macht, hun doortraptheid en hun vermogen om politieke spelletjes te spelen.

      Desondanks hadden ze te klein gedacht. Ze hadden gedacht in termen van een verheerlijkte plundering, terwijl dit zo veel meer kon zijn. Een vloot van dit formaat was niet alleen hier om goud en slaven mee terug te nemen, hoewel dat ongetwijfeld zou gebeuren. De vloot was hier om te nemen, te houden en te vestigen. Wat was goud vergeleken met een vruchtbaar land zonder al dat eindeloze stof? Waarom zouden ze slaven mee terug sleuren naar een land dat was verwoest door

Скачать книгу