Een Zoektocht Van Helden . Морган Райс
Чтение книги онлайн.
Читать онлайн книгу Een Zoektocht Van Helden - Морган Райс страница 17
Thor’s reflexen namen over. Instinctief haalde hij zijn slinger tevoorschijn, haalde uit, en wierp een steen naar de hand van de jongen. De steen vond zonder moeite zijn doelwit, en stootte het zwaard uit zijn hand, net toen de jongen wilde uithalen. Het zwaard vloog door de lucht en de jongen, schreeuwend, greep zijn hand vast.
Thor verspilde geen tijd. Hij maakte gebruik van het moment, nam een sprong en plantte zijn voeten midden op de borstkas van de jongen. Maar de jongen was zo enorm, het was net alsof hij een eikenboom probeerde te schoppen. De jongen struikelde een halve meter achteruit, terwijl Thor bij zijn voeten neerkwam. Dit voorspelt niet veel goeds, dacht Thor, terwijl zijn oren suisden.
Thor probeerde overeind te komen, maar de jongen was hem voor: hij reikte naar beneden, greep Thor bij zijn rug, en gooide hem, met zijn gezicht naar beneden, in het stof.
Een groepje jongens verzamelde zich joelend in een cirkel om hem heen. Thor werd rood, hij was vernederd.
Thor probeerde op te staan, maar de jongen was te snel. Hij zat al boven op hem en hield hem naar beneden. Voor Thor het wist, was het gevecht veranderd in een worsteling, en het gewicht van de jongen was enorm.
Thor hoorde het gesmoorde geschreeuw van de andere rekruten terwijl ze zich bij de cirkel voegden, schreeuwend, verlangend naar bloed. De jongen keek dreigend op hem neer; hij stak zijn duimen uit, en bracht ze naar beneden. Hij ging voor zijn ogen. Thor kon het niet geloven: het leek erop dat deze jongen hem echt pijn wilde doen. Wilde hij echt zo graag een streepje voor op de rest hebben?
Op de allerlaatste seconde rolde Thor zijn hoofd uit de weg, en de handen van de jongen kwamen met een klap in het zand terecht. Thor maakte van de gelegenheid gebruik om onder hem weg te rollen.
Thor sprong op en wendde zich tot de jongen, die inmiddels ook was opgestaan. De jongen haalde uit naar Thor’s gezicht, en Thor dook op het laatste moment naar beneden; hij voelde de luchtstroom langs zijn gezicht gaan, en hij besefte dat als hij was geraakt, zijn kaak gebroken was geweest. Thor reikte omhoog en stompte de jongen in zijn maag—maar het leek niets uit te halen: het was alsof hij een boom stompte.
Voor Thor kon reageren, had de jongen zijn elleboog in zijn gezicht geplant.
Thor struikelde naar achteren, duizelig door de klap. Het voelde alsof hij was geraakt door een hamer, en zijn oren suisden.
Terwijl Thor naar adem snakte, viel de jongen weer aan. Dit keer raakte hij hem hard in zijn borst. Thor vloog naar achteren en smakte met zijn rug tegen de grond. De andere jongens juichten.
Thor, duizelig, begon rechtop te zitten, maar op dat moment viel de jongen weer aan en sloeg hem hard in het gezicht; weer viel hij plat op zijn rug—en hij kon niet meer opstaan.
Daar lag Thor. In de verte hoorde hij het geschreeuw van de anderen. Hij voelde het zoute bloed uit zijn neus stromen, de zwelling op zijn gezicht. Hij kreunde van de pijn. Hij keek op en zag hoe de grote jongen zich omdraaide en terug liep naar zijn vrienden, om zijn overwinning te vieren. Thor wilde opgeven. Deze jongen was enorm, tegen hem vechten was zinloos, en hij kon niet meer verdragen. Maar iets in hem zei hem dat hij niet kon verliezen. Niet voor al deze mensen.
Geef niet op. Sta op. Sta op!
Thor wist zijn kracht bij elkaar te rapen: kreunend rolde hij om en ging op handen en knieën zitten, en toen, langzaam, stond hij op. Hij wendde zich tot de jongen, bloedend, zijn ogen gezwollen, bijna niet in staat om iets te zien, hijgend, en hij hief zijn vuisten in de lucht.
De grote jongen draaide zich om en staarde Thor aan. Hij schudde zijn hoofd.
“Je had moeten blijven liggen, jongen,” dreigde hij, terwijl hij weer op Thor af begon te komen.
“GENOEG!” riep een stem. “Elden, terug!”
Een ridder kwam tussen hen in staan. Hij hield zijn palm opgeheven en verbood Elden dichter bij Thor te komen. De menigte werd stil, en ze keken allemaal naar de ridder: dit was duidelijk een man die gerespecteerd werd.
Thor keek op, met ontzag voor de ridder: hij was lang, met brede schouders, een vierkante kaak, bruin, netjes geknipt haar, ergens in de twintig. Thor mocht hem onmiddellijk. Zijn eersteklas harnas, een maliënkolder van gepolijst zilver, was bedekt met Koninklijke markeringen: het valkembleem van de MacGil familie. Thor’s keel werd droog: hij stond voor een lid van de Koninklijke familie. Hij kon het nauwelijks geloven.
“Verklaar jezelf, jongen,” zei hij tegen Thor. “Waarom ben je onuitgenodigd onze arena binnengerend?”
Voor Thor kon antwoorden, braken de drie leden van de Koninklijke garde door de cirkel heen. De hoofdwachter wees hijgend naar Thor.
“Hij negeerde onze bevelen!” riep de wachter. “Ik ga hem vastketenen en ik neem hem mee naar de kerker van de Koning!”
“Ik heb niets verkeerd gedaan!” protesteerde Thor.
“Is dat zo?” riep de wachter. “Onuitgenodigd op het landgoed van de Koning verschijnen?”
“Ik wilde alleen maar een kans!” riep Thor, en hij wendde zich tot de ridder voor hem, het lid van de Koninklijke familie. “Ik wilde alleen maar een kans om me bij de Krijgsmacht aan te sluiten!”
“Dit trainingsveld is alleen voor genodigden, jongen,” klonk een norse stem.
Конец ознакомительного фрагмента.
Текст предоставлен ООО «ЛитРес».
Прочитайте эту книгу целиком, купив полную легальную версию на ЛитРес.
Безопасно оплатить книгу можно банковской картой Visa, MasterCard, Maestro, со счета мобильного телефона, с платежного терминала, в салоне МТС или Связной, через PayPal, WebMoney, Яндекс.Деньги, QIWI Кошелек, бонусными картами или другим удобным Вам способом.